Werken is leren, leren is werken

Gerard Leppers – coördinator werkplekleren bij het Rotterdamse Polyplastic – doet er alles aan om zijn operators multifunctioneel te maken. Dat lukt: de eerste 7 operators die meedoen aan VAPRO werkplekleren behaalden onlangs hun Fase C certificaat.

Wat doe je als je als bedrijf bulkt van de kennis, maar niet precies weet hoe je die moet delen met de operators? “Dan kom je uit bij VAPRO”, zegt Gerard Leppers, coördinator werkplekleren. “Verschillende eilandjes vormden samen de lijnproductie, maar daarmee was er nog geen flow.De operators keken soms nauwelijks verder dan hun eigen taak. Daarom zijn we gaan werken met cel-productie – lean manufacturing – voor een optimale flow. Dankzij die cellen zitten onze processen korter op elkaar en is de kwaliteit constanter. Ook voor onze mensen is het beter: hun werk is nu ergonomischer en veiliger. En ze zijn multifunctioneel inzetbaar. VAPRO heeft hiertoe een geslaagde aanzet gegeven.”

Spelenderwijs

Gerard heeft de ervaring van VAPRO ingezet om de operators spelenderwijs te laten leren. “Lean Leren – wij noemen het werkplekleren – gaat over: hoe kan het beter, sneller, eenvoudiger? Maar ook: wat mag een operator zelf instellen, wat mag hij zelf beslissen en wat laat hij over aan zijn mentor, teamleider of TD? Er moet meer initiatief komen op de werkvloer. Het overbrengen van de Lean Leren methodiek is voorbehouden aan professionals, zegt Gerard: “VAPRO heeft de kennis om pedagogisch verantwoord lesmateriaal te ontwikkelen. Ze hebben ons ook geholpen bij het samenstellen van de werkboeken, waarin we onze werkinstructies hebben vertaald naar vier niveaus. Op niveau D beheerst de operator de basiskennis. Met C kan hij zelfstandig werken met de hulp van zijn mentor. Met B kan hij volledig zelfstandig werken. En A is het hoogste niveau, denk aan leidinggevenden die hun kennis verdiepen met een opleiding Lean Leren of VAPRO B.”

Wat levert Lean Leren op?

  1. Focus. “Onze operators zijn meer met hun vak bezig. Ze bespreken vaker met elkaar: hoe kan het beter, sneller en met minder fouten?”
  2. Betrokkenheid. “De mensen waren soms eerst wat kopschuw. Snap ik, want veranderingen zijn vaak lastig. Maar nu zeggen ze: hé, wanneer ben ik aan de beurt? Ze zijn heel eager om te leren.”
  3. Schone werkplek. “Het gereedschap ligt binnen handbereik, er ligt geen rommel. Een opgeruimde werkplek is belangrijk, want acrylaat producten zijn gevoelig voor kras en breuk.”
  4. Pictogrammen. “Niet iedereen beheerst de Nederlandse taal voldoende. Daarom passen we onze communicatie aan: meer pictogrammen, minder tekst.”